Nederland en Nederlands-Indië

Nederland & Nederlands-Indië

William bij de Schotse Brigade

Over Farquhar Mac Gillivray of Dunmaglass, VI Chief behoorde tot de notabelen van Strathnairn door de voorname plaats die de Clan Mac Gillivray toen in die streken innam. Uit zijn huwelijk met Emilia Stewart of Newtoune werden acht kinderen geboren. De oudste, Farquhar, de latere VII Chief, kwam in 1690 ter wereld. De tweede. Benjamin of Bean, zal hem wel omstreeks 1692 gevolgd hebben. Deze Benjamin was tacksman op de landerijen van the Castle of Cluny en the College of Spynie, een voormalig klooster. Daarnevens hield hij zich bezig met de veehandel, zoals de meeste clansmen in die tijd. Aangezien de zeven kinderen uit zijn eerste huwelijk met Margaret Clarke allemaal in Elgin werden geboren, zal hij in die stad ook wel een huis gehad hebben. De familie Clarke was een oud geslacht uit Badenoch. Benjamin's oudste zoon John, die op 2 Februari 1722 geboren werd, was evenals zijn vader veehandelaar, maar geen tacksman meer. Toen de Hooglanden in 1746 door de Engelsen werden onderworpen en het clansysteem werd afgeschaft, was hij dus pas 24 jaar oud, te jong nog om tacksman te zijn. Het ligt voor de hand dat hij, onder de toen heersende omstandigheden, de onveilige bergdalen van de Hooglanden verlaten heeft en in de stad Elgin ging wonen. Hij trouwde met Margaret Stephen en kreeg vier kinderen. De oudste was een zoon, die William genoemd werd. Deze William was van beroep "cabinetmaker", schrijnwerker zouden wij zeggen, in Elgin.

Opvallend is hoe met de onttakeling van de samenleving in de Hooglanden en de steeds toenemende armoede in die streken, het maatschappelijke peil van vele van zijn inwoners daalde. Farquhar grootgrondbezitter. Benjamin pachter, John veehandelaar, William schrijnwerker. Ongetwijfeld een honorabel en kunstzinnig beroep, maar toch was William duidelijk een handarbeider. Blijkbaar voldeed dit werk hem niet zo. Misschien vond hij het juk van de Engelse bezetting te zwaar. Hoe dan ook, op 23 Maart 1781 voegde hij zich bij de Schotse Brigade in de Nederlanden, onder commando van generaal-majoor Dundas.

De Schotse Brigade was een keurkorps met een lang en roemrijk verleden. Kort na het uitbreken van de opstand in de Nederlanden in 1568 trok met aanmoediging van de Schotse regering een aantal vooraanstaande Schotse edellieden met door henzelf bekostigde privé-legertjes naar de overzijde van het kanaal om de in opstand gekomen Protestanten te gaan helpen in hun strijd tegen het Spaanse bewind. Zo namen zij actief deel aan de verdediging van Haarlem in 1573. Allengs organiseerden deze legertjes zich tot drie regimenten die samen de Schotse Brigade gingen vormen. Meer dan twee eeuwen lang heeft zij de Republiek trouw gediend. De eerste drie oorlogen tussen Engeland en de Nederlanden heeft zij overleefd. Schotland was toen immers nog zelfstandig en stond buiten deze strijd. Anders werd het bij het uitbreken van de vierde Engelse oorlog in 1781 toen Engeland en Schotland verenigd waren. Natuurlijk moest toen dit legeronderdeel, dat nog in Britse uniformen optrad, worden ontbonden. Het werd in 1782 bij de regelmatige Nederlandse troepen gevoegd. Veel Schotse officieren en manschappen zijn toen naar hun vaderland teruggekeerd.

William in Nederland

William was in 1781 te Venlo in garnizoen gekomen. Net op tijd om aan de beruchte clearances te ontkomen, die het daaropvolgend jaar in de Hooglanden begonnen en ook nog net op tijd om zich bij de Brigade te kunnen voegen. Bij de ontbinding hiervan werd de kolonel Bentinck zijn nieuwe commandant. Op 2 Oktober 1787 eindigde zijn dienstverband.

Eerste Sassenstraat 29, Zwolle

Eerste Sassenstraat 29, Zwolle

Hij vestigde zich in de Eerste Sassenstraat 29 te Zwolle, waar hij Engelse lessen ging geven. Mensen die in die tijd Engelse privaatlessen namen, of die aan hun kinderen lieten geven, stelden hoge eisen aan de intelligentie en de beschaving van hun leraren. Hieraan schijnt William voldaan te hebben. Gezien zijn eenvoudige achtergrond en zijn ongetwijfeld geringe opleiding is dit toch wel een prestatie die respect verdient. Hij was klein van stuk, iets meer dan 1.60, en breed in de schouders. Hij had rossig haar en de daarbij behorende blanke huid en lichtblauwe ogen.

Op zijn drie en veertigste jaar bezweek de verstokte vrijgezel voor de charmes van een van zijn leerlingen, die twee en twintig jaar jonger was dan hij. Zij heette Elisabeth Landevelt en kwam uit Emmerik in het Rijnland, een stad die toen nog meer Nederlands dan Duits was. Zij trouwden op 26 April 1795 in de Michaelkerk te Zwolle en al op 30 Mei van datzelfde jaar werd hun dochter Wilhelmina Paulina geboren. Afgaand op het uiterlijk van hun zoon Hendrik, die eind 1797 werd geboren, moet Elisabeth donker van haar en bruin van oog geweest zijn. Zij heeft een grote bijdrage geleverd aan de opgang in de maatschappelijke stand van haar man en haar gezin. Zij bracht hem in de Doopsgezinde gemeenschap van Zwolle en gaf hem daardoor de stevige kerkelijke ruggesteun, die in die tijd zo belangrijk was.

Hun oudste dochter trouwde met Willem Jan van der Vegte, waagmeester in Zwolle en hun tweede dochter Geertruida met Pieter Voskuil, stadstekenmeester in Medemblik. Beiden notabelen in hun woonplaatsen. William overleed op 4 Mei 1810. Hij werd begraven in de Bethlehemkerk van Zwolle. Zijn vrouw overleefde hem met 42 jaren.

De maatschappelijke wederopbloei van de familie, die door William en Elisabeth op gang was gebracht, werd zeer bevorderd en tenslotte voltooid door hun oudste zoon Hendrik. Door de grote toewijding waarmee hij zijn moeilijke en verantwoordelijke taak verrichtte, waarbij hij kundig gebruik maakte van zijn vele gaven, heeft hij aan zijn nakomelingen, en dat is de hele Nederlandse familie, vele kansen gegeven, die zij anders nooit gehad zouden hebben. Hiervoor verdient hij ons aller respect en dankbaarheid. Over zijn leven zou een boeiende avonturenroman geschreven kunnen worden, zoals die over the Hon. William Mac Gillivray, Lord of the Northwest, de bonthandelaar en ontdekkingsreiziger in Canada of over Alexander Mac Gillivray of the Creeks, het Indianenopperhoofd of over Donald Mac Gillivray, de zendeling in China en beroemd sinoloog, zijn gepubliceerd. Alle stof ervoor is aanwezig. Misschien dat iemand het nog eens doet. Hendrik verdient het wel! Op vijftienjarige leeftijd trad hij na een uiterst summiere schoolopleiding in dienst bij de Ontvanger van het Stadsoctrooi te Zwolle. Hier viel hij al dadelijk op door zijn intelligentie en zijn ijver.